Richtlijnen voor deelnemers aan de karnavalstoet
1. Deelnemers aan de Karnavalstoet Ledeberg gooien GEEN confetti (gezamenlijk besluit Ledebergse karnavalverenigingen). In vervanging van de confetti kan er snoep uitgedeeld worden. Het is verboden snoep recht naar het publiek te gooien. Buitenstaanders die helemaal niets met karnaval te maken hebben (bv. wagens die op het tegengestelde vak passeren, publiek dat vanachter de ramen de stoet volgt, personeel van handelszaken...) moeten met rust gelaten worden.
2. Het is ten strengste verboden tijdens de Karnavalstoet Ledeberg met voorwerpen te gooien. Wie daarop betrapt wordt zal onmiddellijk uit de stoet gezet worden. De organisatoren aanvaarden daarbij geen enkele verantwoordelijkheid voor eventueel toegebrachte schade door het gooien van voorwerpen. Zelfs bij een verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid blijft elke deelnemer aan de stoet in de eerste plaats hoofdelijk verantwoordelijk. Karnavalsgroepen die iets willen uitdelen brengen de organisatoren hiervan vooraf op de hoogte.
3. Iedere deelnemer aan de activiteiten van Karnaval Ledeberg 2010 doet dit op vrijwillige basis en is hoofdelijk verantwoordelijk voor zijn of haar daden.
4. Het verplaatsen van de wagens van de bouwplaats naar het vertrekpunt van de stoet gebeurt onder politiebegeleiding.
5. Het trekken van de wagens, tijdens het verplaatsen op de openbare weg, dient te gebeuren met wagens die op de wettelijke voorziene manier verzekerd zijn en die voorzien van een geldige nummerplaat.
6. Bij de formatie van de stoet op het Ledebergplein dienen de verantwoordelijke chauffeurs ter beschikking te blijven of tenminste de sleutels van de wagen ter beschikking van de organisatie te houden.
7. Bij het formeren van de stoet op het Ledebergplein worden om 14.45u alle geluidsinstallaties van de wagens uitgeschakeld. De muziek wordt dan centraal geleverd vanop het podium zodat het officiële startschot voor iedereen hoorbaar is. Vanaf de doortocht van de publiciteitskaravaan kunnen de geluidsinstallaties weer opgestart worden.
8. Bij de doortocht van de stoet op de Brusselsesteenweg wordt alleen het rechterbaanvak en het fietspad gebruikt.
9. Het verdient aanbeveling, tijdens de stoet, de nodige aandacht te schenken aan toeschouwers (vooral kinderen) die zich op het traject van de stoet kunnen begeven. Dit om ongelukken te vermijden. De groepsverantwoordelijke kan die toeschouwers vragen om de weg vrij te houden.
10. De bestuurders van de praalwagens en trekkers dienen zich inzake alcoholgebruik ten allen tijde te houden aan de bepalingen van de wet van 16/03/1968, Art.34,35 en 37bis (alcoholopname en stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden) daar zij nog steeds bestuurder zijn van een voertuig op de openbare weg.
11. Het gebruik van glazen recipiënten (glazen, flessen,...) door de deelnemers aan de stoet wordt tijdens de optocht niet toegelaten. Blikjes kunnen wel gebruikt worden. De afval hiervan dient in een doos of een PMD-zak op de wagen bewaard te worden en mag niet op de openbare weg gegooid worden.
12. Personen die zich in duidelijke staat van dronkenschap bevinden kunnen van stoetdeelname uitgesloten worden.
13. Iedere deelnemer aan de stoet loopt het volledige parcours mee. Dit betekent dat ook de doortocht in de Walstraat, Ploegstraat en Jozef Vervaenestraat in volledige formatie dient te gebeuren (m.a.w. de stoet wordt niet tijdelijk verlaten om de verdere doortocht af te wachten op de Botermarkt !!!).
14. Bij eventuele moeilijkheden dient men zo vlug mogelijk één van de stoetbegeleiders te verwittigen. 15. De groepsverantwoordelijken zien erop toe dat de leden van hun groep zich aan de richtlijnen houden.
15. De groepsverantwoordelijken zien erop toe dat de leden van hun groep zich aan de richtlijnen houden.
16. Bijkomende richtlijn Karnaval Ledeberg :
De electrogroep op de karnavalwagen dient in overeenstemming te zijn met de
POLITIEVERORDENING Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties met
vloeibaar gemaakte petroleumgassen, aardgas en/of elektriciteit (2008)
Deel 2 : Veiligheidsvoorschriften voor installaties op basis van elektriciteit. 1 Algemeen
1.1 De volledige elektrische installatie met al zijn verbruikers moet voldoen aan de algemene bepalingen en richtlijnen opgenomen in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties(AREI).
1.2 De volledige elektrische installatie moet gekeurd worden door een Externe Dienst voor Technische Controle (EDTC) en dit volgens de periodiciteit opgenomen in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI).
Met uitzondering van één tijdelijke installatie welke aangesloten wordt op een huishoudelijke installatie door middel van een verlengsnoer met maximal Lengte van 50 meter. op één stopcontact.
Deze huishoudelijke installatie moet beveiligd zijn door een automatische differentieelschakelaar van maximum 300m Ampére én een zekering van maximum 16 Ampére of een automaat van 20 Ampére. Deze tijdelijke installatie moet niet gekeurd worden door een EDTC.
